Gezinnen en eigenaars sensibiliseren voor een klimaatrobuuste regio

De Vlaamse regering heeft onlangs haar Klimaat- en energiepact voorgesteld aan de lokale besturen. Daarin beoogt zij 6,6 miljoen bomen extra tegen 2030, 3.300 kilometer extra hagen of houtkanten en één extra natuurgroenperk per 1.000 inwoners. Om het natuurbeleid op de rails te krijgen, lijkt de medewerking van particulieren en eigenaars cruciaal. De helft van landelijk Vlaanderen is in handen van private eigenaars. En bovendien bestaat om en bij de 10 % van Vlaanderen uit privé-tuinen van gezinnen. Een beleid dat partnerships met die eigenaars naar voren schuift, kan zowel kwaliteitsvolle verbindingen tussen bos en natuur creëren als het Vlaamse landschap voorbereiden op de klimaatuitdaging.

Gezinnen

Tuinen van gezinnen kunnen heel wat bijdragen tot meer biodiversiteit en groen in onze regio. Zo beklemtoonde professor emeritus Martin Hermy onlangs dat er plaats is voor 8 miljoen bomen in de tuinen van 2 miljoen gezinnen. De boomkeuze blijkt daarbij cruciaal te zijn. De Vlaamse overheid heeft op zijn beurt het initiatief ‘mijn tuinlab‘ gelanceerd om particulieren warm te maken voor een klimaatrobuuste tuin die heel wat kansen biedt aan meer biodiversiteit, doorlaatbaarheid van de bodem, inheemse planten enz. Ook het beleidsplan ruimte Vlaanderen (BRV) duidt aan dat privé-tuinen een belangrijk onderdeel zijn van het beleid. En dat eigenaars dienen te worden aangemoedigd om hun tuinen minder als eilandjes te beschouwen maar meer op elkaar af te stemmen op het vlak van indeling en beplanting. Aanmoedigingen om de eigen leefomgeving te verbeteren, is essentieel om de Vlaming partner van zo’n beleid te maken. Denk maar aan een initiatief als tuinstraten die bijv. in Antwerpen te vinden zijn. Die dragen bij tot meer biodiversiteit maar ook tot minder hitte-eilandeffecten en meer sociale cohesie onder de bewoners.

Verdichte woonomgeving

Het creëren van groene ruimte in verdichte woonomgevingen en het doordacht aanplanten van bomen en begroeiing is niet alleen positief voor biodiversiteit en luchtkwaliteit. Ook het mentaal welbevinden van de inwoners, de motorische ontwikkeling van kinderen, de temperatuur in de omgeving en de perceptie van geluidshinder, ondergaat een aanzienlijke verbetering. Zo kan er verwezen worden naar de recente plannen in Kortrijk om een wonderwoud te creëren. In samenspraak met een lokale school en de buurbewoners wordt een grasveld omgevormd tot een aantrekkelijke groene ruimte met bomen, struiken en eventueel een buitenklas. Meer weten? In West-Vlaanderen lopen er momenteel momenteel 12 trajecten om zulke wonderwoudjes in een buurt in te planten. Dit in samenwerking en met de steun van de provincie.

De Confederatie Bouw heeft een vereniging van groenaannemers in haar rangen. Zij verzekeren de technische uitwerking van de water- en groenelementen bij o.a. bouwprojecten. Deze bedrijven hebben de knowhow en de capaciteit om versneld de doelstelling van de Vlaamse regering te realiseren, meer bepaald een aanzienlijke vergroening van Vlaanderen. Daarbij is het inzetten van meerjarige raamovereenkomsten een belangrijke hefboom om de continuïteit van deze groenvoorziening en het onderhoud ervan te verzekeren. Ten slotte roepen we de opdracht gevende besturen en vooral de gemeenten op om maximaal gebruik te maken van de middelen die de Vlaamse regering heeft vrijgemaakt,

zegt Peter Loyens, voorzitter van de vereniging van de groenaannemers binnen de Confederatie Bouw en managing director van Krinkels.

Landelijk Vlaanderen

De overheid kan bovendien niet alleen gezinnen aanmoedigen, maar ook samenwerkingsverbanden aangaan met eigenaars van gronden om grotere entiteiten bos en natuur te verwezenlijken. Er zijn immers heel wat van die eigenaars die willen bebossen. Volgens landelijk Vlaanderen is om en bij de 600.000 ha in Vlaanderen in beheer van de private sector. Dat is 60 % van de open ruimte in Vlaanderen.[1] Een beleid gericht op private initiatieven met billijke vergoedingen om waardeverlies bij bebossing tegemoet te komen, is daarom cruciaal om meer bos en natuur in Vlaanderen te bewerkstelligen. Zo dienen landeigenaars die willen bebossen, rechtstreeks beroep te kunnen doen op het boscompensatiefonds. En is administratieve vereenvoudiging hoognodig om ontbossers en bebossers efficiënt op elkaar af te stemmen. Essentieel voor een wendbaar natuurbeleid. Zo kunnen private landeigenaars betrokken worden bij de snelle compensatie van bos en natuur gelegen op terreinen die bestemd zijn voor werkgelegenheid of duurzame woonprojecten.

[1] https://www.landelijk.vlaanderen/wp-content/uploads/2019/04/Landeigenaar-82.pdf

De bouw timmert aan de weg van een klimaatrobuuste regio. Niet alleen door in te zetten op groen in de bouw met natuurtechnische materialen, groendaken, groene gevels, terrastuinen, ecoducten, het belang van waterdoorlaarbaarheid en -buffering, het ontzegelen van pleinen enz. Maar de komende jaren zet de VCB bovendien haar schouders onder een objectief beoordelingskader voor biodiversiteit in bouwprojecten. Zo kan je nagaan hoe de maatregelen die in een project worden voorzien, werkelijk zullen bijdragen tot het verbeteren van de biodiversiteit,

besluit Marc Dillen, directeur-generaal van VCB.