Groenwerkers en waterbouwers van belang voor een betere leefomgeving

Uit een recent WWF-rapport blijkt dat het met heel wat planten- en diersoorten in België beter gaat dan 3 decennia gelden. Er blijft evenwel werk aan de winkel om de biodiversiteit in ons land te versterken. En de bouw heeft de knowhow om dit te helpen realiseren. Het vergroenen van bestaande ruimte-inname met zorg voor water, kan alvast soelaas bieden. Momenteel werkt de bouw bovendien aan een beoordelingskader om de (positieve) impact van uiteenlopende maatregelen in een bouwproject op duurzaamheid en biodiversiteit na te gaan. Meer groen, beter waterbeheer en kwaliteitsvolle blauwgroene dooradering bij reconversie- en nieuwbouwprojecten tillen de biodiversiteit in bestaande ruimte-inname immers naar een hoger niveau.

De Vlaamse Confederatie Bouw zet de komende jaren haar schouders onder een objectief beoordelingskader voor biodiversiteit in bouwprojecten. De bouw zet daarbij in op het beoordelen van nieuwe bouwprojecten met focus op de impact van het project op duurzaamheid en biodiversiteit. Daarvoor wil de VCB een globaal beoordelingskader ontwikkelen om te kunnen nagaan hoe de maatregelen die in een project worden voorzien, werkelijk zullen bijdragen tot het verbeteren van de biodiversiteit. Dit project wordt uitgerold met de ondersteuning van de Vlaamse overheid, departement omgeving.

Medio september kwamen zowel groenwerker Krinkels, de VCB als departement omgeving aan bod om het belang van meer groen en van doordacht waterbeheer in centra en woonkernen in de verf te zetten. Meer weten ? bekijk onderstaande uitzending van Z-Water.

Groenwerker

Als groenwerker in de bouw ben je reeds tijdens de ontwerpfase actief betrokken om de technische uitwerking van de water- en groenelementen te waarborgen. Groen in de bouw is uitgegroeid van een niche tot een must. De combinatie van infrastructuur of gebouwen met groenelementen en waterpartijen is van groot belang om de aantrekkelijkheid van een leefomgeving te versterken en de biodiversiteit naar een hoger niveau te tillen. Denk maar aan ecoducten die bossen, natuur en groene ruimte verbinden en fauna de kans bieden om verkeersaders op een veilige manier te overbruggen. Maar evengoed het aanleggen van stadsparken, groene daken en gevels, waterpartijen, terrastuinen, plantbakken langs straten als raingardens, het ontzegelen van voortuinen, pleinen, speelplaatsen enz.

Meer weten? Surf naar #Werfze

ecoduct
ecoduct

Open ruimte al kwarteeuw gewaarborgd

Open ruimte is in Vlaanderen strikt juridisch beschermd. . Dat ligt vast in de zogenaamde Ruimtebalans. Die ook heeft verzekerd dat de oppervlakte die bestemd is voor wonen al die tijd nagenoeg onveranderd is gebleven. In onderstaande grafiek zie je de standvastigheid van de voorziene ruimte per bestemmingscategorie. Als we kijken naar het huidige ruimtegebruik zien we dat bijna 68 % van de oppervlakte in Vlaanderen valt onder ‘open ruimte’. Dat er onregelmatigheden zitten in die definitie hebben we al eerder aangekaart. Bijvoorbeeld, wanneer een weide van een professionele landbouwer in handen komt van een particulier met hobbypaarden, dan valt diezelfde weide van de ene dag op de andere niet langer onder ‘open ruimte’ maar onder ruimtebeslag. Beter is dus verharding als leidraad nemen. En dat vind je ook in onderstaande grafiek terug.

Daarnaast nemen nieuwe woonprojecten steeds minder bijkomende ruimte in. Dat blijkt uit de laatste gegevens rond bodemgebruik toegespitst op wonen. Hoewel in het publieke debat al geruime tijd de perceptie overheerst dat er kwistig wordt omgesprongen met de schaarse ruimte, is voor wonen het tegendeel waar. Ook het afgelopen jaar is het bijkomend bodemgebruik voor wonen gedaald van gemiddeld 3,69ha/dag in 2018 naar 3,5ha/dag in 2019. In de laatste 10 jaar stellen we bovendien een duidelijk dalende trend vast in het bodemgebruik voor wonen. Tussen 2010 en 2019 daalde dat bodemgebruik met 21%. Het toenemende ruimtelijk rendement in woonprojecten in het laatste decennium strookt dan ook niet met het beeld van de verkavelingen van de jaren 90 van de vorige eeuw, dat nog vaak opduikt in het publieke debat rond ruimtegebruik. Het gaat veeleer om hergebruik van bestaand ruimtebeslag, sloop- en heropbouw met hogere woondichtheden, compactere woningen enz.