De voordelen van een klimaattuin: ‘Eén boom heeft het potentieel van tien airco’s’

De voordelen van een klimaattuin: ‘Eén boom heeft het potentieel van tien airco’s’

De voordelen van een klimaattuin: 'Eén boom heeft het potentieel van tien airco's'
Bart Verelst (l): ‘Tuinaanleggers en -eigenaars onderschatten hoe groot hun impact op het klimaat kan zijn.’ Marc Verachtert (r): ‘Onze maatregelen willen de temperatuur in je tuin onder de 26 graden houden.’ © Carmen De Vos

Bij aankomst in de prachtige tuin van Marc Verachtert is enige verkoeling welkom. We zijn met de trein en de fiets gekomen – je kunt moeilijk anders voor een interview over klimaatmaatregelen, maar het zweet staat op onze rug. Marc Verachtert en Bart Verelst halen meteen een tip uit hun Zakboek voor de klimaattuin boven: ‘Ga maar in de schaduw van de Catalpa bignonioides zitten.’ Een trompetboom, voor de leken.

Verachtert en Verelst danken hun vriendschap aan de Nederlandse dichter Willem Kloos. Tenminste, Verelst leeft volgens diens adagium ‘De natuur is mooi, maar je moet er iets bij te drinken hebben’. Hij stookt zijn eigen Garden Gin, op basis van 39 zelfgeteelde kruiden en eetbare bloemen. ‘Mijn hele leven staat in het teken van de bodem’, zegt hij. ‘Mijn vader kweekte groenten en bloemen, ik ben als historicus afgestudeerd op landbouwgeschiedenis en mijn vrouw is archeologe. Laten we zeggen dat ik niet de persoon ben om gecremeerd te worden.’ (lacht) Groenjournalist Verachtert, tuinarchitect van opleiding en bezieler van de Japanse tuin in Hasselt, nodigde Verelst zo’n twee jaar geleden uit om tijdens een tuinenreis in eigen land een proeverij te verzorgen in de kruidtuin van Leuven. ‘We begonnen meteen ideeën uit te wisselen’, herinnert Verachtert zich. ‘Daar is ons boekje uit voortgekomen.’

Water gaat te vaak recht van het dak de riool in. Vang het op in een waterpartij en je hebt gratis airco.

Marc Verachtert

Zakboek voor de klimaattuin. Koele oases voor hete zomers is een slim werkstukje. Verelst en Verachtert hebben een urgente boodschap: we moeten dringend af van de klassieke tuin met groot terras, een groot gazon en een eenzame pluk siergras. Omdat hij een deel is van het klimaatprobleem én omdat die tuin onleefbaar wordt voor de mens. Maar in plaats van de groene apocalyps af te roepen, proberen ze tuineigenaars te verleiden met de weldaden van het alternatief: een klimaattuin. Zo counteren ze in één beweging zowel oorzaak als gevolg van het probleem. ‘Wij willen de mensen niet uitmaken voor dommerik omdat ze destijds al hun bomen hebben uitgedaan’, zegt Verelst. ‘Je kunt er beter voor zorgen dat de leefomgeving buitenshuis nu aangenaam en leefbaar blijft.’

Marc Verachtert: In alle tuinboeken van de afgelopen jaren die over klimaatverandering spreken, ging het altijd over ‘die plant gaat slap hangen, wat moet ik daaraan doen?’ Wij focussen niet op de planten maar op de mens. De tuin dient de mens, wat ben je ermee wanneer die niet langer leefbaar is? Wij maken de oplossingen tastbaar. Neem het belang van bomen. Veel te lang zijn die beschouwd als sta-in-de-weg. Om dat te kenteren, zijn we ze in de jaren 1970 en 1980 onze groene longen gaan noemen. Maar dat vóélt een mens niet echt, tenzij op de heetste dagen van het jaar in de meest vervuilde en dichtstbevolkte steden. Je bereikt meer door te wijzen op het verschil tussen een glaasje drinken in de volle zon op een hete dag of dat doen in de schaduw van een boom.

Iedereen weet dat een boom verkoelt dankzij zijn schaduw. Jullie wijzen ook op het ‘schouweffect’. Wat is dat precies?

Verachtert: Een fractie van het vocht dat een boom opzuigt, zo’n tien procent, gebruikt hij voor bladgroenverrichting of fotosynthese. De rest verdampt. Dat proces kost energie, waarvoor de boom warmte onttrekt aan zijn omgeving. Die warme lucht wordt opwaarts gezogen, waardoor er onder de boom een vacuüm ontstaat. Dat vult zich met verse lucht. Die opwaartse aanzuiging zorgt voor het verkoelende schouweffect. Je kunt dat nog versterken door ervoor te zorgen dat de aangezogen lucht niet over warme stenen wordt aangevoerd, maar over gras, vegetatie of nog beter: over een waterpartij. Die koelt de lucht het beste. Water heeft iedereen, alleen gaat het nog altijd veel te vaak recht van het dak de riool in. Vang dat water op in een waterpartij en je hebt de gratis airco waar wij over spreken. Of liever: tien airco’s. Een volwassen boom heeft namelijk het verkoelende potentieel van zoveel airco’s. Zijn schaduw koelt vier graden af, dankzij het schoorsteeneffect gaat het tot vijftien graden.

Marc Verachtert: 'De tuin dient de mens. Het is toch fijner om een glaasje te drinken in de schaduw van een boom dan in de volle zon?', Carmen De Vos
Marc Verachtert: ‘De tuin dient de mens. Het is toch fijner om een glaasje te drinken in de schaduw van een boom dan in de volle zon?’ © Carmen De Vos

Zegt u nu dat het op een hete dag van 35 graden slechts 20 graden kan zijn onder een boom?

Verachtert: Nee, want de gekoelde lucht vermengt zich met de warme lucht. Onze maatregelen willen de temperatuur in je tuin onder de 26 graden te houden. Dat blijkt de grens te zijn waarop het mensen te heet wordt en ze verkassen uit de zon naar de schaduw.

Bart Verelst: Weet u, onze oplossingen zijn vaak heel eenvoudig. Neem deze catalpa, waaronder wij zo heerlijk zitten: die komt pas in mei in het blad. Dat betekent dat je onder deze boom het hele voorjaar kunt genieten van de voorjaarszon. Pas vanaf mei, juni krijg je het gesloten bladerdak dat nodig is voor de koelte waar je in de zomer naar snakt. Mensen zijn zulke kennis vergeten. Hoe vaak heb ik als tuinaannemer niet klimop moeten verwijderen van de huizen? Nu beseffen mensen gelukkig steeds meer dat ze die mogen laten groeien op hun gevels. Specialisten hebben ons gerustgesteld: een nieuwe muur die perfect gevoegd is, is daartegen bestand. Wie een nieuw huis heeft, heeft geen excuus.

Dat is uitstekend voor vogels en insecten. Wat levert het op aan verkoeling?

Verelst: Ongelooflijk veel! Een op het zuiden gerichte muur kan opwarmen tot 70 graden, een terras tot 50 graden. Klimplanten zoals klimop en wingerd, die onwaarschijnlijk goed isoleren, kunnen de temperatuur van een muur tot 15 graden omlaag halen. Een echte verticale tuin zelfs 35 graden – maar die is dan ook een pak duurder dan wat klimopplantjes. Het potentieel van een groene gevel valt niet te overschatten. (fel) In het zuiden schilderen ze hun huizen al honderden jaren wit. Bij ons krijg je, in stilaan hetzelfde klimaat, architectuurprijzen voor zwarte huizen, dikke isolatielagen incluis. Onvoorstelbaar in tijden van klimaatopwarming en fel debat over energie. Niemand, niet in de politiek en niet in de bouw, denkt eraan om wat klimop of wingerd tegen de muur te zetten. Terwijl een simpele klimplant kan besparen op dure gevel- en isolatiematerialen én op de energiefactuur. En ze zijn mooi: wilde wingerd verkleurt prachtig in de herfst. Veel werk is het ook niet: één keer per jaar scheren, en met u-profielen onder je dakgoot hoef je niet te vrezen dat de klimplant erin kruipt.

Verachtert:Het is onvoorstelbaar hoeveel kennis verloren is gegaan in amper één of twee generaties tijd. Ik kom uit Limburg, van de kanten van Bokrijk. Daar kun je nog zien hoe het 150 jaar geleden was. Elk boerderijtje was witgekalkt en er groeide een druif of een wingerd tegen. Op elk hof stond een notelaar omdat die de muggen weghoudt, een linde hield de heksen op een afstand en de vlier bij de waterput zorgde ervoor dat er geen duivels in kropen. (komt op dreef) De populier was een bliksemafleider. Een buxusje leverde op Palmzondag palmtakjes. Bij de deur stonden welriekende planten om de geurtjes die meekwamen van het land weg te houden… Elke boom of plant had zijn plaats en betekenis. Daar zijn wij van vervreemd. Gelukkig zie ik het weer keren, langzaam maar zeker.

Bart Verelst: '10 procent van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen. Toch kijkt er geen kat om naar wat daarin gebeurt.', Carmen De Vos
Bart Verelst: ’10 procent van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen. Toch kijkt er geen kat om naar wat daarin gebeurt.’ © Carmen De Vos

Meneer Verelst, u bent verbolgen dat er geen toezicht is op wat mensen doen in hun tuin.

Verelst: Ik durf dat de voornaamste ergernis in mijn leven te noemen. Tien procent van de Vlaamse oppervlakte bestaat uit tuinen. Dat is gigantisch. Toch is er geen kat die ernaar omkijkt wat daarin gebeurt. Een boer die één korrel stikstof te veel laat vallen op zijn land, die hangt. Terwijl een particulier ongecontroleerd blauwe mestkorrels kan strooien tot zijn tuin een smurfendorp lijkt. Idem voor waterverontreiniging: we kennen perfect het aandeel van de industrie en de landbouw daarin. Naar de rol van de particulier hebben we het raden. Er moet controle komen. Niet om te bestraffen, maar zodat we minstens weten wat er gebeurt op een tiende van ons grondgebied.

Uit een kennistest van de natuurvereniging Onze Natuur bleek dat amper de helft van de Belgen de tuin als natuur beschouwt. Dan gaat er heel veel potentieel verloren om iets aan de klimaatverandering te doen.

Verelst:Mensen zien de tuin nog te vaak als een verlengstuk van hun huis: hij moet er proper bij liggen. Vandaar ook de liefde van de Belg voor het strakke gazon. Alsof ze willen zeggen: ‘Hierbinnen is het ook proper.’ (lacht)

Verachtert: Mensen willen zo graag controle over de tuin. Nu, ik zie dat er wel uitgroeien. Vooral het verbod op de synthetische herbicide helpt daarbij. Vroeger spoten mensen wellustig op klaver en ereprijs. Die laatste, een prachtig klein plantje, was niet kapot te krijgen. Wat de mensen nóg meer vergif liet spuiten op hun gazon. Ik verwacht veel van de tendens naar kleurige gazons. Veel meer dan van het verketteren van gazons of iedereen te willen bekeren tot bloemenweiden.

Wat is een kleurig gazon?

Verachtert:Het is het beste van twee werelden: een gazon waarin ook laagblijvende bloemenzaden zijn gezaaid, het zogenaamde ‘nectar onder het mes’. Je kunt dat strak maaien wanneer je bezoek hebt en je de tuin graag netjes hebt. Laat het daarna weer een week of drie groeien, zo doe je de bijtjes ook een plezier. Hoe dan ook dwingt de droogte ons om minder te maaien. De voorbije zomers was het amper nodig tussen mei en september.

Een boer die één korrel stikstof te veel laat vallen, die hangt. Maar u mag blauwe mestkorrels strooien tot uw tuin een smurfendorp lijkt.

Bart Verelst

Verelst: Je kunt echt spelen met een gazon. De ene keer maai ik paadjes, de andere keer strook om strook, of alleen de randen. Dat contrast tussen lang en korter gras is niet alleen mooi, het heeft ook ecologisch veel meerwaarde. Je creëert een rijke diversiteit aan planten omdat de ene houdt van een maaibeurt op zijn tijd, zoals klaver en boterbloem, en de andere net floreert wanneer ze mag uitschieten. Insecten houden van de temperatuurverschillen tussen de verschillende grashoogtes en zij lokken op hun beurt vogels naar je tuin. Wij attaqueren de liefhebbers van een gazon dus niet. We vragen gewoon om afscheid te nemen van het biljartlaken. Die oproep is ook voor overheden bestemd, al maaien de meeste al niet meer alle graspartijen elke week op dezelfde hoogte. Chapeau, want een deel van de publieke opinie mort daar nog altijd over.

Verachtert: Daar is een goed trucje tegen, de zogenaamde schaamstrook: door alleen de randen van een grasvlakte te maaien, zien de mensen dat er een beleid achter zit en het geen slordigheid is van hun bestuur. Bart heeft gelijk, je moet gazon niet verketteren. Zeg niet ‘weg met het gras’, maar zeg: ‘welkom bloemetjes’. Gras is altijd nog beter dan tegels of keitjes: het koelt af, houdt CO2 vast en laat water door.

Zet weer klimop of wingerd tegen je zuidelijke muur. Dat kan de temperatuur van een muur met 15 graden omlaag halen.

Bart Verelst

Moet het ontharden van onze tuinen en opritten een prioriteit zijn van het beleid?

Verachtert: Absoluut. Er zijn gelukkig al restricties. Alle verhardingen, uitgezonderd strikt noodzakelijke, mogen niet meer dan 80 vierkante meter innemen, tenzij je een omgevingsvergunning hebt. Dat is een goede zaak.

Verelst:Ik weet niet of het nu nog zo is, maar toen ik tuinaannemer was, werd kunstgras in sommige gemeenten nog aanvaard wanneer er ‘vergroening’ werd opgelegd. Dus de kleur telde! Of het nu plastic was dat werd uitgerold op een laag gestabiliseerd zand of plastic afsluitingen: als het maar groen was. Onvoorstelbaar.

Jullie richten je tot tuineigenaren en besturen, maar wat met de tuinaannemers? Stout gezegd, meneer Verelst: uw collega’s rijden meer rond met kasseien en tegels dan met planten.

Verelst: U hebt gelijk en dat is een probleem. Het is de kern van mijn missie: ik wil het koste wat het wil vermijden dat de tuiniers net zoals de boeren het imago krijgen dat zij de schuldigen zijn voor alles wat misloopt met de natuur en het klimaat. Daarom wil ik dat we nú veranderen. Te beginnen met de opleidingen. Een tijd geleden heb ik een aantal tuinbouwopleidingen gebeld om te horen hoeveel aandacht ze geven aan klimaatverandering en biodiversiteit. Het resultaat was bedroevend. Een aantal fanatieke leerkrachten voert een eenzame strijd, maar ze gaven toe dat ze die thema’s niet prioritair kunnen behandelen. Tuinaanleggers onderschatten net zo vaak als de tuineigenaren hoe groot hun positieve impact zou kunnen zijn.

Verachtert: We richten ons met het zakboek expliciet op hen. We hebben het boekje bezorgd aan de twee professionele federaties. Onze vele ‘tips van de tuinaannemer’ zijn zowel voor de tuineigenaar als voor de tuinaannemer inspiratie: we tonen wat zij zouden kunnen aanbieden aan hun klanten. We willen ook lezingen gaan geven aan professionele tuinaannemers.

Zijn zij ontvankelijk voor jullie boodschap? Toen op Knack.be een pleidooi verscheen van ecologisch tuinaannemer Frederik Houssin om gazons minder en anders te maaien, op de manier zoals jullie het bepleiten, kreeg ik een ongerust bericht van de dochter van een tuinier: ‘Laat nog wat werk over voor mijn pa!’

Verachtert:Ze moeten niet bang zijn voor de klimaattuin, ze moeten zorgen dat ze veelzijdiger worden zodat ze die ook kunnen aanleggen. De klimaatverandering schept kansen. Steeds meer mensen zullen een klimaattuin willen, meer nog: ze zullen hem nodig hebben. Er komt dus nog heel veel werk voor bekwame tuinaannemers.

Verelst:De sector boomt: van 4600 tuinaannemers in 2015 ging het naar 10.500 vandaag. Het zou niet slecht zijn mocht daar een correctie op komen. Iedereen kan nu tuinier zijn. Koop een grasmaaier, een schop en je kunt bij wijze van spreken in bijberoep tuinen onderhouden. Het is de hoogste tijd dat er meer aandacht wordt geschonken aan de kwaliteit die ze leveren. Voer een kwaliteitslabel in dat aangeeft dat ze aandacht hebben voor het klimaat, efficiënt waterbeheer en duurzaamheid. Professionele tuinaannemers zijn daar zelf vragende partij voor. Gelukkig zijn de gesprekken daarover begonnen.

Verachtert:Er is één voordeel. Zonder die mensen zouden er wellicht nog meer tuinen van voren tot achteren gebetonneerd worden.

Marc Verachtert en Bart Verelst, Zakboek voor de klimaattuin. Koele oases voor hete zomers, Lannoo, 176 blz., 19,99 euro.

Is dat wel zo? Tuinaannemers verdienen goed geld aan terrassen.

Verelst: Een tuinier die een terras mag aanleggen, krijgt inderdaad dollartekens in de ogen. We mogen de vloertegel niet hoger in het vaandel dragen dan de planten eromheen. Een slimme tuinier legt trouwens waterdoorlatende klinkers: die zijn een tikje duurder én klimaatvriendelijk. Nog grotere dollartekens dus! (lacht)

Jullie bepleiten waterpartijen om de tuin te verkoelen. Zijn die nog verantwoord met deze droogte?

Verachtert:Wel wanneer je ze aanlegt met het regenwater dat je redt van de riool. En je moet ermee leren leven dat het waterpeil zal fluctueren door verdamping. Zolang je het kunt aanvullen met opgevangen regenwater, zie ik geen probleem.

Verelst:Er zijn genoeg en veel verschillende systemen om water op te vangen. Infiltratiekorven om in te graven, bijvoorbeeld, laten het opgevangen regenwater via kleine gaatjes traag wegtrekken in de bodem. Dat water kun je zelf niet gebruiken, maar komt indirect je bomen, planten en gazon ten goede.

Jullie raden mensen aan om een klimaatplan te maken voor de tuin. Hoe doe je dat?

Verachtert:Meten is weten. Plaats, op verschillende tijdstippen van de dag en op verschillende plekken in je tuin, een thermometer. Dan weet je waar het het best toeven zal zijn.

Verelst: Ga ook na wat de wind doet. Die is afhankelijk van veel elementen: een boom, een muurtje, de garage van je buren… Breng in kaart waar je uit de wind zit of waar je je waterpartij moet aanleggen om de gekoelde lucht in jouw richting te krijgen.

Verachtert: Zet stokjes uit waar de eerste ochtendzon verschijnt of de laatste avondzon valt. De zon schuift op, doe dat dus zelf ook. Het is belangrijk om weten dat je niet één zitplek hoeft te kiezen, creëer liever enkele kleinere zitplaatsjes. Wanneer je ze verhardt, zorg dan voor een waterdoorlatende ondergrond.

Verelst: Ik ben een groot voorstander van tegeldragers. Die laten toe dat de lucht onder je terras circuleert, wat verkoeling geeft, en ze zijn waterdoorlatend. Een laatste stap in je klimaatplan: ga bij regen naar buiten om te ontdekken waar het water blijft staan. Dat is de uitgelezen plek voor een buienborder, een als een soepbord uitgegraven perkje voor waterminnende planten: steil aan de zijkanten, zacht hellend naar het midden. Laat terras of gazon in die richting afhellen, leid er zelfs de overloop van je regenton heen en het water kan er insijpelen en de juiste planten zullen er floreren.

Tuinaannemers moeten niet bang zijn voor de klimaattuin, ze moeten veelzijdiger worden zodat ze die ook kunnen aanleggen.

Marc Verachtert

Jullie aanpak is heel positief. Zijn jullie zelf optimistisch?

Verelst: Soms denk ik dat alles stilstaat. Zeker bij particulieren. Ik zie meer vooruitgang bij openbare besturen, al is het zeker nog niet perfect.

Verachtert: Ik ben positiever gestemd. Ik bezoek, onder meer voor Het Nieuwsblad, veel tuinen. Daar beweegt veel dat aan het oog onttrokken blijft door hagen en heggen. Laatst was ik bij een man die tien jaar geleden nog zijn gazon en lochting vol vergif spoot. Nu niet meer. Omdat het niet meer mag – nogmaals, dat verbod wérkt – maar ook voor zijn kinderen en kleinkinderen. Mensen spuiten minder, zijn blij met bijtjes in de tuin en planten meer bomen. Het bewustzijn groeit, daar ben ik zeker van.

Biologisch eten en fair trade heten weleens iets te zijn voor de bemiddelde middenklasse. Geldt dat ook voor de klimaattuin?

Verelst:Absoluut niet. Kleinte tuintjes zijn zelfs makkelijker om een klimaattuin van te maken, want je hebt er meer in de hand. Wil je een leefbare tuin om in te genieten, dan is een klimaattuin hoe dan ook goedkoper: geen duur terras dat je moet onderhouden, minder gazon, meer planten en bomen: de klimaattuin is de ideale tuin voor iemand die er minder tijd en geld aan wil besteden en er toch meer van wil genieten.

Lees op Knack.be/klimaattuin 5 tips voor een klimaattuin.

Bart Verelst

– 1976: geboren in Sint-Niklaas

– 1995-1998: studeert geschiedenis (UGent)

– 1998-2008: leraar middelbaar onderwijs

– 2009-2018: tuinaannemer

– 2016: neemt deel aan Het Goede Leven (Eén)

– Vanaf 2019: woordvoerder bij Groen Groeien, vereniging voor Vlaamse tuinaannemers

– Stookt Garden Gin

– Schrijft voor Jardins&Loisirs/Fence, TuinHier

– 2020: publiceert Zakboek voor de klimaattuin

Marc Verachtert

– 1954: geboren in Hasselt

– 1973-1976: studeert tuinarchitectuur

– 1991-2016: bezieler Japanse tuin in Hasselt, reist sinds 1989 tweejaarlijks naar Japan voor studiebezoeken

– Sinds 1985: medewerker tv-tuinprogramma’s en groenjournalist

Verzorgt jaarlijks één binnenlandse en twee internationale tuinreizen

– Boeken: Zakboek voor de bijentuin (2019) en Zakboek voor de klimaattuin (2020)

By |2020-07-08T10:16:56+01:00juli 8th, 2020|ACTUALITEIT|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment