Naast bastions van cultuur, toerisme en geschiedenis zijn onze steden broeihaarden van asfalt, vervuiling, lawaaihinder en onveiligheid.
    Wij spraken met stedenbouwkundige en architect Luc Eeckhout (evr-architecten) over de maatregelen die onze steden gezonder en vitaler moeten maken.

Wereldwijd gaan steden en metropolen gebukt onder luchtvervuiling, luidruchtigheid, drukkende mobi- liteit en sinds kort veranderende weerpatronen. Dat is geen doemdenkerij. De beelden bewijzen
het: dichtgeslibde snelwegen rond Los Angeles, laaghangende smog in Peking, overstromingen in Parijs… Maar het kan ook veel dichter bij huis. In 2018 bracht het Curieuzeneuzen-project van De Standaard de luchtkwaliteit in Vlaanderen in kaart. Opvallend resultaat: de luchtkwaliteit in onze binnensteden is beneden alle peil. De vervuiling beperkt zich niet tot grootsteden als Antwerpen, Leuven of Gent. Ook provinciesteden Brugge, Aalst en Hasselt delen mee in de brokken. Verstopte verkeers- aders doorkruisen onze steden zonder dat we er schijnbaar veel erg in hebben. Het gemotoriseerde verkeer zorgt voor luchtverontreiniging, lawaaihinder en onveilige straten. En de aanhoudende hitte van afgelopen zomer zorgde dat het op de Gentse Korenmarkt acht graden warmer was dan in de randstad. Het gevolg zijn ongezonde hitteperiodes die warmtestress en gezondheidsrisico’s veroorzaken.
Steden maken echter een wezenlijk deel uit van onze identiteit en cultuur. Toerisme, onderwijs, cultuur, recreatie, economie en gezondheidszorg komen tezamen in de stad. Ze biedt voor elk wat wils. Maar dat eist zijn tol. “De vervuiling en afvalstromen die onze steden produceren, zijn navenant. We consumeren volop en dumpen ons afval overal: in de grond, in waterlopen, in de lucht en dat onder allerlei vormen”, vertelt Luc Eeckhout, architect en stedenbouwkundige bij het Gentse evr-architecten.
Onze steden moeten gezonder en vitaler worden, willen we verdere doemscenario’s vermijden. De vraag is alleen, hoe?

Chaotische ruimtelijke planning
Volgens Luc Eeckhout is het zonneklaar: “We moeten ons vragen durven stellen bij de huidige gang van zaken. We moeten vanop een kritische afstand durven kijken naar het stadsfenomeen. Ergens in de geschiedenis is het serieus fout gelopen en maakten we verkeerde keuzes. Ik denk spontaan aan de mobiliteitsproble- matiek waarbij Koning Auto een centrale plek kreeg binnen de stedelijke kernen. We overkapten waterstromen en betonneerden groen om parkings aan te leggen. Ook het openbaar vervoer plaatsten we binnen de centra op de achtergrond.”
“De vastgeroeste ruimtelijke planning die in Vlaanderen heerst, creëerde eveneens ongezonde leefomgevingen. De natuur verdween uit het beeld terwijl we net moeten streven naar een verzoening. Vandaag kunnen we die ommezwaai nog maken”, zegt Eeckhout. De integratie van natuur is namelijk een essentië- le stap om de gevolgen van de klimaatverandering in te perken. “Die natuurlijke buffer is noodzakelijk. We moeten massaal beginnen ontharden en vergroenen. Niet enkel in steden maar ook in dorpen.” Uiteindelijk zal de natuur ons helpen om de toenemende weersextremen te temperen.

Het gemeentebestuur van Mechelen brak de Vlieten open om terug plaats te geven aan water in het straatbeeld

Op weg naar extremen
Inderdaad: binnen een kleine eeuw is ons klimaat niet langer een gematigd klimaat maar een extreem klimaat. De zomers van 2018 en 2019 gaven al een wrange voorsmaak. “Afgelopen zomer haalden we temperaturen tot 40 graden of meer. Als we nu niet ingrijpen, zal het aantal hittedagen tegen 2100 gemakkelijk vertienvoudigen. We schuiven langzamerhand op richting een mediterraan klimaat met extreem hete zomers en korte, hevige neerslagbuien. Tijdens de winter zullen we het Scandinavische weermodel volgen met koude en intense neerslag. Het gevolg van al die nattigheid zijn lokale overstromingen omdat onze riolen onder druk komen te staan. We zijn niet voorbereid op deze ommekeer.”
Die extremen hebben ook gevolgen op onze gezondheid. De drie hittegolven van 2019 zorgden voor een duidelijke over- sterfte waarbij 716 mensen extra stierven. Uitschieter in het plaatje is Brussel. “De alarmbelletjes blijven rinkelen. Toch zien we nog niet de nood om onze gewoontes aan te passen. Maar de gezondheidsrisico’s van de klimaatopwarming zijn onnoemelijk groot.”

Naar een gezonde stad
Het begint in de voortuin
Op verschillende schalen kunnen steden weliswaar geleidelijk evolueren naar gezonde oases van rust en leefbaarheid. “Op het niveau van de woning kunnen kleine zaken al een serieu- ze verandering teweeg brengen”, stelt Eeckhout. “Het begint letterlijk in je eigen voor- of achtertuin door een extra boom aan te planten. Bomen bieden niet alleen schaduw tijdens hete dagen, ze nemen ook CO2 op en filteren het fijnstof. Ook een muurtuin of groendak behoort tot de mogelijkheden. Deze twee methodes brengen verkoeling en bufferen het regenwater. Gevolg: er stroomt minder water richting riolen, wat dus ook minder wateroverlast betekent. Het is aan de beleidsmakers om deze oplossingen via subsidiëring of premies actief aan te moedigen. In Antwerpen krijg je bijvoorbeeld een premie om een groendak aan te leggen. Iedere bewoner vaart daar uiteindelijk wel bij.”
Ook op wijkniveau zijn passende maatregelen op hun plaats. Buurtbewoners kunnen bijvoorbeeld samen een moestuin inrichten op onderbenutte parkeerplaatsen. “Planten hebben niet alleen een zuiverende werking, maar op die manier kweken we ons voedsel terug op lokaal niveau. De consument produ- ceert zijn eigen groenten en fruit. Zo bannen we tientonners uit het straatbeeld die voedsel van buitenaf importeren.” Stadslandbouw kan zo dienen als voedende ader binnen het stedelijke weefsel. Als je al die wijken samentelt, komen we niet alleen uit bij een groenere, maar ook een gezondere stad. Eeckhout: “Mensen voelen zich verbonden met hun woonplaats. Het maakt wezenlijk deel uit van hun identiteit. Door hierop in te spelen, brengen we alles in een stroomversnelling.”

Bij de heraanleg van openbare pleinen en straten wordt de integratie van wat groen nog al te vaak over het hoofd gezien. Resultaat: een stenige woestijn die de opwarming van de steden in de hand werkt.

Natuur terug op één
“De natuur mag noot een restruimte vormen.We moeten ze actief integreren in het straatbeeld”, pleit Eeckhout. Als maatschappij hebben we er alle baat bij om onze gebouwde omgeving te verzoenen met natuurlijke elementen. Blauw- groene netwerken bevorderen namelijk de gezondheid van
de inwoners. “Steden die de natuur integreren, genieten van natuurlijke verkoeling, luchtzuivering en hemelwateropslag.
Ze bouwen een veiligheid in tegen de extreme hitte en water- overlast die de toekomst ons brengt”, legt Eeckhout uit. Water en vegetatie functioneren zo als vitale aders binnen het stedelijke weefsel. “Deze aders moeten we connecteren tot in de voortuinen van de bewoners.”
Een mooi voorbeeld is te vinden in Mechelen, waar het gemeentebestuur de natuur terug naar het stadscentrum bracht door de vlieten aan de Botermarkt open te breken. Maar de boodschap dringt nog niet overal door. In Antwerpen, bijvoorbeeld, kunnen we spreken van een tegenovergestelde situatie. Luc Eeckhout: “Het heraangelegde Operaplein is een stenige woestijn zonder één sprietje groen. Of kijk naar de grijze Scheldekaaien waar nog slechts een smalle streep natuur de stad van het water scheidt. Jammer dat het stadsbestuur besloot om de natuur te bannen in plaats van ze te omarmen. Als maatschappij zullen we de prijs van deze keuzes betalen.”

Groendaken bufferen regenwater en brengen verkoeling in de stad. Wie een groendak aanlegt, kan in sommige steden en gemeenten een premie krijgen

Commons als gemeenschapsbasis
Willen we vooruit, dan moeten we komaf maken met onze huidige egoïstische manier van denken en leven die onze steden heeft gemaakt tot wat ze nu zijn. Evolueren van het ik- naar het wij-denken. Commons of deelsystemen belichamen die switch. Denk maar aan autodeelsystemen, voedseldelen of energiecoö- peraties. Luc Eeckhout: “Als collectiviteit kunnen we de grotere problemen aanpakken. We gooien al onze kennis samen en zoeken naar de grootste gemene deler. Een autodeelsysteem, zoals Cambio of Partago, zorgt bijvoorbeeld dat stadsbewoners wagens efficiënter benutten. De auto’s worden actief gebruikt en tegelijkertijd zijn er minder nodig om aan onze behoeftes te voldoen. Een gevolg is dat we minder parkeerplaatsen moeten voorzien in de centra en hierdoor plaats kunnen ruimen voor de natuur.” Minder wagens betekent ook minder uitstoot van CO2, fijnstof en andere vervuilende stoffen.
Deelsystemen pakken niet enkel het probleem van de klimaat- verandering aan, maar beperken ook overduidelijk de vervuiling. “Een deelgemeenschap steunt het hoger goed waar iedere inwoner op zijn beurt voordeel uit haalt. De brug slaan tussen het individu en de gemeenschap is mijn boodschap. Zo bereiken we een evenwichtige stad die gezondheid en natuur omarmt. Een stad die inclusief is voor al haar inwoners. Als we de feiten als samenleving onder ogen durven te zien, beseffen we dat de gezonde stad een must is. We gaan back to the future. We maken een tijdsprong om te kijken wat de toekomst biedt en keren terug om de zaken nu recht te trekken.”

Samentuinen in het Gentse Tondelierpark. Niet alleen creëer je zo meer groen in de stad, groenten en fruit worden lokaal geproduceerd, zodat er minder nood is om voedsel van buitenaf te importeren in grote camions.
Niet enkel auto’s kan je delen un steden? ook deelfietsen vind je gegarandeerd in het straatbeeld terug.


WAT DOET VIBE?

VIBE vzw genereert, verzamelt en verspreidt informatie over gezond en milieuverantwoord bouwen en duurzame stedenbouw. We geven vorming en advies rond deze thema’s en bieden ook begeleiding bij de ontwikkeling van duurza- me wijken. Daarnaast reiken we het VIBE-label uit aan bouwbedrijven die werken met gezonde en milieuverantwoorde producten en technieken. Bedrijven, overheden, wetenschappelijke centra en andere instellingen kunnen bij ons terecht voor onderzoek rond gezonde en milieuvriendelijke bouwmaterialen.

Bron: VIBE februari 2020
https://www.vibe.be/wp-content/uploads/2020/02/IGB427-Gezonde-stedenbouw_watermerk.pdf